‘Bye bitches’: wat B&B Vol Liefde ons leert over afwijzing
Wat gebeurt er met je wanneer iemand die jij leuk vindt, niet voor jou kiest? In B&B Vol Liefde zien we het ieder seizoen weer: mensen die hopen op liefde, zichzelf openstellen en uiteindelijk geconfronteerd worden met een ‘nee’. Soms uitgesproken, soms subtiel. En juist daarin zit een interessante vraag: wat doet afwijzing met de manier waarop je naar jezelf kijkt?
Afwijzing is een van die ervaringen die we allemaal kennen, maar waar we niet allemaal hetzelfde mee omgaan. De een trekt zich terug, de ander gaat juist harder zijn best doen. Weer een ander maakt er een grap van en doet alsof het hem niets kan schelen.
Onder al die verschillende reacties zit een verlangen dat veel mensen herkennen: gezien worden, gewenst worden en gekozen worden.
En precies daar kan het misgaan. Want wanneer iemand niet voor jou kiest, is het verleidelijk om daar meteen iets over jezelf van te maken.
Blijkbaar ben ik niet leuk genoeg. Niet aantrekkelijk genoeg. Niet interessant genoeg.
Terwijl een afwijzing in de basis iets anders zegt: deze persoon kiest niet voor mij.
Dat is pijnlijk. Maar het is iets anders dan: ik ben niet iemand om voor te kiezen.
Wanneer aandacht extra veel betekenis krijgt
Fred laat dit seizoen misschien wel het duidelijkst zien hoe sterk de behoefte om gekozen te worden kan worden wanneer je heel graag wilt dat iets lukt.
Hij kwam naar Bonaire voor het liefdesavontuur en was er honderd procent van overtuigd dat het zou slagen. Zijn ‘200 maanden’ werden bijna een mantra: zijn eigen symbolische deadline voor de tijd waarin hij nog volop van het leven en de liefde wilde genieten.
Dat is op zichzelf niet vreemd. Wanneer je heel graag een relatie wilt én het gevoel hebt dat de tijd dringt, kan de behoefte aan bevestiging groter worden.
Aandacht krijgt dan extra betekenis.
Ik word gezien. Ik word begeerd. Ik ben interessant voor iemand.
Bij Doete leek er aanvankelijk steeds meer verbinding te ontstaan. Zij had meer tijd nodig om zich lichamelijk en emotioneel open te stellen, terwijl Fred sneller wilde. Toen Sabina binnenkwam en hem nadrukkelijk aandacht en fysieke bevestiging gaf, verschoof zijn aandacht opvallend snel.
Dat hoeft niet te betekenen dat Fred bewust iemand aan het lijntje hield. Maar het maakt wel iets zichtbaar wat veel breder herkenbaar is: soms vinden we het gevoel dat iemand ons geeft zó fijn, dat we het verwarren met wat we voor die persoon voelen.
De vraag is dan niet alleen: vind ik deze persoon leuk?
Maar ook: wat doet het met mij dat deze persoon míj leuk vindt?
Dat verschil kan belangrijk zijn.
Wanneer je een sterke behoefte hebt aan bevestiging, kan de aandacht van iemand anders voelen als bewijs dat je aantrekkelijk, interessant of de moeite waard bent. Daarmee komt een deel van je eigenwaarde bij de ander te liggen.
En misschien verklaart dat ook waarom we soms zo snel van richting veranderen: niet omdat onze gevoelens per se nep waren, maar omdat de behoefte om gekozen te worden soms sterker is dan de vraag wie we zelf werkelijk willen kiezen.
Fred maakt dat ongemakkelijk zichtbaar.
Soms zit afwijzing in een klein moment
Soms zit afwijzing niet in de woorden zelf, maar juist in wat er daarna gebeurt.
Bij Fred en Doete werd dat mooi zichtbaar. Fred had op twee verschillende manieren afscheid van haar genomen en daarmee duidelijk gemaakt dat hij geen vervolg zag. Daarna gaf hij haar nog een cadeau en wilde hij een arm om haar heen slaan. Doete nam die arm niet meer aan.
En eigenlijk is dat heel begrijpelijk. Nadat iemand je net meerdere keren heeft laten weten dat het stopt, hoef je niet automatisch ook nog de nabijheid te ontvangen die daarbij wordt aangeboden.
Het is een klein moment, maar het laat iets belangrijks zien: je kunt iemand afwijzen zonder die persoon als mens af te wijzen. En andersom mag je ook een grens trekken wanneer iets pijn doet.
Doete hoefde Fred niet te overtuigen. Ze hoefde zijn keuze niet alsnog te begrijpen of te verzachten. Ze mocht simpelweg voelen: dit doet pijn, en nu kies ik even voor mezelf.
Dat is iets anders dan hard worden.
De afwijzing die al begint voordat de ander iets zegt
Misschien nog interessanter is wat er gebeurt vóórdat iemand ons daadwerkelijk afwijst.
Mexx vertelde dat ze haar filmpje voor de B&B-aanmelding lange tijd niet verstuurde. Zolang het filmpje nog op haar telefoon stond, kon ze immers ook niet worden afgewezen.
Dat is misschien wel herkenbaarder dan we denken.
Hoe vaak stuur je dat bericht niet? Hoe vaak vertel je iemand niet dat je hem of haar leuk vindt? Hoe vaak wacht je liever af, omdat je dan in ieder geval niet het risico loopt dat het antwoord pijn doet?
We noemen dat voorzichtig zijn. Maar soms is het eigenlijk een manier om onszelf te beschermen.
Soms wijzen we onszelf al af voordat een ander de kans krijgt.
We maken onszelf kleiner. Houden onze gevoelens voor ons. Doen alsof het ons allemaal niet zoveel kan schelen.
Want zolang je niet helemaal meedoet, kun je ook niet helemaal verliezen.
Alleen: je kunt dan ook niet helemaal winnen.
Afwijzing hoeft je niet af te sluiten
Toch is er een belangrijk verschil tussen geraakt worden door afwijzing en je ervoor afsluiten.
Sjaak verwoordde dat mooi toen hij na de afwijzing van Iris aangaf dat hij wel gewend was aan afwijzing, maar dat hij het nog steeds voelde. Hij had als het ware eelt op zijn ziel gekregen, maar wilde daarom geen muur bouwen.
Misschien is dat wel een gezonde manier om naar afwijzing te kijken.
Je hoeft niet te doen alsof het je niets doet. Je mag verdrietig of teleurgesteld zijn. Je mag denken: au, dit had ik anders gewild.
Maar je hoeft jezelf niet te beschermen door minder te voelen.
Je kunt pijn voelen zonder jezelf af te wijzen.
Dat vraagt iets anders dan jezelf verharden. Het vraagt dat je erop vertrouwt dat je een teleurstelling kunt dragen zonder jezelf kwijt te raken.
Van ‘word ik gekozen?’ naar ‘kies ik zelf?’
Onder al die liefdesverhalen zit een verlangen dat veel mensen herkennen: gezien worden, gewenst worden en gekozen worden.
Maar misschien stellen we onszelf daarbij te weinig een andere vraag.
Niet alleen: vindt hij mij leuk?
Maar ook: vind ík hem eigenlijk leuk?
Niet alleen: waarom kiest zij niet voor mij?
Maar ook: zou ik zelf voor haar kiezen als ik niet hoefde te wachten op haar bevestiging?
Dat is een kleine verschuiving, maar wel een belangrijke. Je haalt jezelf weg uit de positie waarin je voortdurend probeert te bewijzen dat je het waard bent om gekozen te worden.
Liefde zou geen sollicitatieprocedure moeten zijn waarin je jezelf steeds opnieuw moet bewijzen.
Je hoeft jezelf niet te veranderen om gekozen te worden.
En je hoeft een afwijzing niet te gebruiken als bewijs dat je tekortschiet.
Herken je jezelf hierin?
Denk eens terug aan een situatie waarin iemand niet voor jou koos, of waarin je het gevoel had dat je werd afgewezen.
Wat gebeurde er feitelijk?
En wat maakte jij ervan over jezelf?
Misschien was het feit: hij wilde geen relatie met mij.
En maakte jij daarvan: ik ben blijkbaar niet leuk genoeg.
Probeer die twee eens uit elkaar te halen.
En stel jezelf vervolgens een andere vraag:
Als ik niet hoefde te wachten tot deze persoon mij kiest, zou ik hem of haar dan zelf kiezen?
Het doel is niet om jezelf ervan te overtuigen dat afwijzing niet erg is. Natuurlijk kan het pijn doen.
Het gaat erom dat je die pijn kunt voelen zonder dat je er een oordeel over jezelf van maakt.
Je hoeft niet te leren dat afwijzing je niets doet. Je mag leren dat je een afwijzing kunt verdragen zonder jezelf af te wijzen.
Misschien is dat uiteindelijk wel de mooiste vorm van zelfliefde: jezelf blijven kiezen, ook wanneer een ander dat niet doet.
Kennismaken
Wil je ontdekken wat er onder jouw patronen rondom liefde en afwijzing meespeelt? Je kunt vrijblijvend kennismaken en samen kijken wat jou kan helpen om met meer vertrouwen en vrijheid lief te hebben.
Over Lieke
Lieke Faber is regressietherapeut en coach. Vanuit haar werk begeleidt ze mensen die willen begrijpen waarom bepaalde patronen zich steeds opnieuw in hun relaties en leven laten zien. Ze helpt hen om oude overtuigingen los te laten, meer vertrouwen te ontwikkelen en zich op een gezonde manier te verbinden – met een ander, zonder zichzelf daarin kwijt te raken.